Informatie voor werkgevers

Vink de onderwerpen aan die je in de brochure wil, en klik onderaan op 'Brochure downloaden'.

Elke organisatie die personeelsleden tewerkstelt, al dan niet gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, die behoort tot één van de paritaire (sub)comités van de Vlaamse sociale sector, en op wie één van de sectorale cao’s tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel van toepassing is.

Paritair (sub)comitéWelke sectorenRSZ-categorie
318.02Diensten voor gezins- en bejaardenhulp211
319.01Opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten62
327.01Beschutte en sociale werkplaatsen en maatwerkbedrijven373 en 473
329.01Socioculturele sector262 en 176
331Kinderopvang en gezondheidsinstellingen en -diensten122 en 322

Om te weten tot welk paritair comité uw instelling behoort, volstaat het te kijken naar de loonfiche. Hierop moet – in principe – het toepasselijke paritair comité vermeld worden.

Let op: het gaat hier wel degelijk om sectoren in de Vlaamse private non-profit. Openbare instellingen uit de publieke sector vallen hier NIET onder.

Elke werknemer ongeacht de aard van de arbeidsovereenkomst (arbeider of bediende, onbepaalde duur of bepaalde duur, deeltijds of voltijdse tewerkstelling, enz.)

  • die op 1 januari 2010 door een arbeidsovereenkomst verbonden is met een organisatie, al dan niet gesubsidieerd door de Vlaamse overheid;
  • of na 1 januari 2010 tewerkgesteld zal worden met een arbeidsovereenkomst, al dan niet gesubsidieerd door de Vlaamse overheid;
  • en op wie de cao tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel binnen de paritaire (sub)comités, van toepassing is;

wordt verplicht aangesloten aan het pensioenstelsel.

Worden evenwel uitgesloten:

  • Werknemers met een contract van interimarbeid, of met vakantie-, studenten- of IBO-contracten (individuele beroepsopleiding), industriële leerlingen;
  • Arbeidszorgmedewerkers en personen tewerkgesteld in het kader van art. 60 §7 van de organieke wet op de inrichting van OCMW’s en in het kader van art. 78 van het KB van 25.11.1991 tenzij er sprake is van een arbeidsovereenkomst;
  • Leerlingen waarvoor geen sociale zekerheidsbijdragen worden betaald (erkende leerling van de middenstand, leerling met industrieel leercontract, leerling in opleiding tot ondernemingshoofd, leerling met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing, erkend door de gemeenschappen en gewesten, stagiair met een beroepsinlevingsovereenkomst);
  • Werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al een wettelijk rustpensioen genieten;
  • Erkende beroepsjournalisten gedurende de periode die in aanmerking komt voor het wettelijk aanvullend pensioen voor erkende beroepsjournalisten, geregeld door het Koninklijk Besluit van 27 juli 1971 (B.S. 20 augustus 1971);
  • Coöperanten van Belgische niet-gouvernementele organisaties, die werken in het buitenland en voor wie een aansluiting bestaat bij de DOSZ.
  • Niet aan RSZ-onderworpen werknemers die occasioneel sociaal-cultureel werk verrichten.

Let op: de datum van indiensttreding bij de werkgever is tegelijk de datum van aansluiting aan het pensioenstelsel. Maar men kan maar rechten laten gelden met betrekking tot de opgebouwde reserves als men 6 maanden ononderbroken aangesloten is geweest.

De periode die men gewerkt heeft verschillende werkgevers binnen de sector worden bij elkaar opgeteld.

De aard van het arbeidscontract (bepaalde duur, onbepaalde duur, deeltijds, enz.) speelt geen rol maar als men tewerkgesteld was als uitzendkracht (interim) in de non-profitsector, wordt er geen bijdrage voor gestort. Op dat moment is men immers in dienst bij een uitzendbureau en niet bij een instelling uit de Vlaamse non-profit. Deze periode van tewerkstelling wordt ook niet gelijkgesteld met een tewerkstelling in de Vlaamse non-profit.

Ieder jaar wordt in het paritair comité een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten waarin de bijdragevoet vastgelegd wordt. De inning van die bijdrage gebeurt door de RSZ, samen met de sociale bijdragen.

De bijdragevoet voor het jaar 2012 en 2013 bedraagt per trimester 0,22% van het brutobedrag van de bezoldigingen, voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen. De inning van deze bijdragen geschiedt voor het jaar 2013 als volgt:

  • 0,48% van het brutobedrag van de bezoldigingen van het derde en vierde trimester, voor inhouding van de persoonlijke sociale zekerheidsbijdragen:
  • geen inning in het eerste en het tweede trimester;
  • een eventuele bijzondere bijdrage op alle voor het Fonds bestemde middelen wordt beschouwd als zijnde geïntegreerd in het percentage van 0,44%, zoals geïnd door de RSZ en moet niet afzonderlijk worden aangegeven.

Een werkgever dient een sociale bijdrage van 8,86% te betalen op iedere werkgeversbijdrage voor aanvullend pensioen. Die sociale bijdrage is al inbegrepen in de bijdragevoet die de RSZ inhoudt. Er is dus geen bijkomende kost daarvoor.

De ondernemingen waar al een ondernemingspensioen bestaat en die jaarlijks de vraag tot vrijstelling indienen en die bovendien in de voorgaande kalenderjaren (2008 tot en met 2012) reeds een erkende vrijstelling genoten, kunnen in de toekomst verder vrijgesteld worden van de bijdragen voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst, voor de periode waarin tegelijkertijd voldaan is aan elk van de volgende voorwaarden:

  1. De pensioenregeling van de onderneming is minstens gelijkwaardig aan het aanvullend sectoraal pensioenstelsel. De gelijkwaardigheid wordt als volgt gemeten: de werkgeversbijdrage uitgedrukt in percentage van de brutoloonmassa en zoals bepaald in het pensioenreglement van het eigen aanvullend pensioenstelsel, moet voor alle werknemers minstens even hoog zijn als de werkgeversbijdrage in het sectoraal aanvullend pensioenstelsel. Enkel de bijdragen voor een aanvullend pensioen komen bij die vergelijking in aanmerking.
  2. Alle werknemers van de onderneming ressorteren in gelijke mate onder de pensioenregeling van de onderneming.
  3. De pensioenregeling van de onderneming is ontstaan vóór 6 juni 2005 (datum van het VIA-akkoord).
  4. De pensioenregeling van de onderneming blijft gehandhaafd zonder waardevermindering.

De ondernemingen die beroep wensen te doen op de hoger genoemde vrijstellingsprocedure, tonen jaarlijks ten aanzien van het sociaal fonds, met een aangetekend verstuurd attest van een actuaris, verbonden aan de pensioeninstelling die het ondernemingspensioen beheert, aan dat ze voldoen aan de gestelde voorwaarden. De uiterste datum waarop dit attest aan het sociaal fonds moet worden overgemaakt, wordt vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst waarin het percentage van de jaarlijkse bijdragen wordt bepaald.

Is uw organisatie vrijgesteld van de bijdrage, dan zullen uw medewerkers vanaf 2011 een lager aanvullend sectorpensioen ontvangen. Zij krijgen dan alleen de pensioentoelage vanuit de middelen van de overheidsdotaties.

Het sectoraal pensioenstelsel staat volledig los van een gebeurlijke eigen ondernemingspensioenregeling (groepsverzekering). Bestaat er een groepsverzekering in de organisatie, dan zal de werknemer die aan de voorwaarden van die verzekering en de voorwaarden van het sectorale pensioenstelsel voldoet, zowel een uitkering uit die groepsverzekering als uit het sectorale pensioenfonds kunnen ontvangen.

Iedere werknemer die recht heeft op het aanvullend pensioen van de Vlaamse sociale sector krijgt informatie over de pensioenrechten, zoals bijvoorbeeld een jaarlijkse pensioenfiche en een korte informatiefolder in de brievenbus op het thuisadres. De werkgever hoeft dus niets te doen, het pensioenfonds zal de werknemer informeren.

Misschien zullen sommige van uw werknemers u ondervragen over hun aanvullend sectorpensioen. U vindt heel veel informatie die u kan helpen om hen een goed antwoord te geven op onze website (www.pensioensocialesector.org). In geval van twijfel kan u ook te rade gaan bij uw werkgeversorganisatie.

De werkgever hoeft niets te doen. Gans de administratieve afhandeling van het pensioenstelsel gebeurt op basis van gegevens die verzameld worden via de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid. Het gaat dus om gegevens over de werknemers die door de werkgever aangegeven zijn aan de sociale zekerheid. Die werkwijze werd gekozen omdat op die manier er niets moet gevraagd worden aan de werkgevers, en zij dus ook helemaal geen bijkomend administratief werk met het pensioenstelsel zullen hebben.

Het pensioenfonds van de Vlaamse Non-Profit/Social-Profit beheert enkel het aanvullend pensioen dat in de sectorale cao vastgelegd werd. Organisaties van de sociale sector kunnen een hoger aanvullend pensioen voor hun medewerkers voorzien. Dat kan dan wel niet in het sectorale pensioenfonds gebeuren. De organisatie kan zelf een groepsverzekering sluiten bij een verzekeraar.

De informatie die u op deze website vindt, vormt een samenvatting van het pensioenreglement en de in de paritaire comités gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Dit pensioenreglement en de cao’s vormen in geval van betwisting de enige juridisch bindende documenten.

MyBenefit

De nieuwe MyBenefit-webapplicatie is al geruime tijd opgestart. Aangeslotenen kunnen hier met behulp van hun EID hun persoonlijke fiche elektronisch opvragen, hun gegevens controleren en corrigeren en enkele simulaties uitvoeren.

 

Ga naar MyBenefit

(Voorbeeld)

Brochure

U kan de informatie op deze pagina ook downloaden in een handig, afdrukbaar PDF-bestand.

Brochure samenstellen

Helpdesk

Openingsuren: ma, di, do, vr : van 09.00 tot 12.30 en van 13.00 tot 18.00 u (woe : moeilijker bereikbaar). Mogelijke gegevens als referentie: rijksregisternummer (terug te vinden op de achterzijde van de identiteitskaart) of dossiernummer 140.12.XXXXXXX (terug te vinden in kader links bovenaan het document).

078/15 87 95

 

(Gewoon telefoonnummer, geen betalend nummer)